fbpx
  • - Foto: Hadas Parush/Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Waarom Judea en Samaria bij Israël horen

    24 november 2016

    Een verkenning van het Bijbelse hartland van Israël

    De wereld noemt het de ‘Westoever’, ‘bezet gebied’, of ‘betwist gebied’. Het Palestijnse verhaal claimt het als eigen historisch land, een land dat moet dienen voor hun veronderstelde toekomstige staat.

    De wereldwijde media schildert het af als een ketel vol geweld, onrust en krachtig verzet. En wereldregeringen wijzen met beschuldigende vingers naar Israëlische huizen, dorpen en steden in het gebied, terwijl ze zeggen dat de zogenaamde Joodse ‘kolonisten’ het enige struikelblok vormen voor uiteindelijke vrede in het Midden-Oosten. Vandaag de dag is de strook land, bekend als de Westoever, aantoonbaar het meest betwiste stuk onroerend goed ter wereld.

    ‘Christenen kennen deze geschiedenissen uit de Bijbel. Voor het volk Israël vormen deze echter de annalen van hun eigen verleden.’

    De term ‘Westoever’ is echter betrekkelijk nieuw, minder dan 70 jaar geleden uitgevonden. Door de geschiedenis heen stond de regio bekend als Judea en Samaria. Echter tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog in 1948 viel Jordanië het gebied binnen, annexeerde het en hernoemde het gebied de ‘Westoever’. Een naam die aangeeft gekozen te zijn vanwege de ligging op de westelijke oever van de rivier de Jordaan, tegengesteld aan de oostelijke Jordaanoever.

    Bijbels hartland
    Op het eerste gezicht is er weinig met betrekking tot Judea en Samaria wat de voortdurende internationale belangstelling rechtvaardigt. Het is minder dan 6000 vierkante km groot; het gebied begint bij de kustlijnen van de Dode Zee en de Jordaan en strekt zich een paar kilometers landinwaarts uit richting de Middellandse Zee. Ongeveer zo’n 2.780.000 Palestijnen bevolken steden als Bethlehem, Jenin en Jericho. Terwijl ongeveer tussen 350.000 en 400.000 Joden stadjes als Kiryat Arba, Beil El en Shiloh e.a. hun thuis noemen. Het gebied is niet rijk aan natuurlijke bronnen en tot voor kort lag de rotsachtige grond er onvruchtbaar en verlaten bij.

    Toch is de geschiedenis en de betekenis samengevat in dit ogenschijnlijke pretentieloze land oneindig rijker dan de huidige gebeurtenissen die de aandacht van de wereld trekken.
    Jaren voordat de Jordaanse legers het bezetten, eeuwen voordat de Palestijnen probeerden sporen van hun verleden ‘op te dringen’ aan een land dat geen getuigenis draagt van hun vroegere geschiedenis, en millennia voordat het een gevestigd punt van conflict werd op de internationale agenda, waren Judea en Samaria vermaard om iets totaal anders: zij vormden het ‘Bijbelse hartland’ van het volk Israël.

    De titel is verdiend. Jehoeda Ve’Sjomron – zoals het gebied in het Hebreeuws heet – vormt de achtergrond waartegen meer dan 80% van de gebeurtenissen verteld in het Oude Testament, zich afspeelde. De oude ruïnes, dorpen, heuvels en dalen dienden als aangestampte grond voor de Joodse aartsvaders, de woonplaatsen van de Hebreeuwse profeten, de slagvelden van de Bijbelse richters en de regeringszetels van Israëls machtige koningen. De voetstappen en de vingerafdrukken van Israëls Bijbelse geschiedenis – en die van het christendom – staan gegrift in rotsen en bodem van dit gebied.

    Tegenwoordig blijft de wereld steken in de discussie over ‘het verhaal’, eigenaarschap en de juiste naam van het Bijbelse hartland van Israël.
    Echter wanneer men zich door de propaganda heen werkt, en voorbij ziet aan de Palestijnse ‘slachtofferretoriek’ zoals die door de aanhangers van de BDS beweging wordt aangeprezen en in de wereldmedia aan de man wordt gebracht, dan is het verhaal van Judea en Samaria feitelijk heel duidelijk. In feite is het zo, wanneer je eenmaal de gebeurtenissen, de plaatsen en de mensen die met elkaar verstrengeld zijn in het maken van hun geschiedenis onderzoekt, dat de status van het meest betwiste onroerend goed ter wereld op alle punten zou moeten veranderen in ‘onbetwist gebied’!

    ‘Ik zal dit land geven’
    Geschiedenis vlocht de kronieken van Judea en Samaria en het oude Israël op complexe wijze dooreen. De eerste dienden uiteindelijk als het toneel waarop het verhaal van de laatste zich afspeelt. Feitelijk introduceert de Bijbel bij ons dit specifieke gebied in ongeveer dezelfde tijd dat we de man tegenkomen die voorbestemd was de vader van het Joodse volk te worden.

    Ongeveer 4000 jaar geleden riep God een man uit Ur der Chaldeeën om een volk tot aanzijn te roepen dat Hij later Israël zou noemen. Door de nakomelingen van Abraham, hun relatie met God, hun geschiedenis, hun profeten en hun geschriften wilde God Zichzelf bekend maken aan de wereld. De belofte kwam echter met een voorwaarde vooraf: Abraham moest zijn bezittingen inladen en zich verplaatsen naar een gebied dat God voor hem zou uitkiezen. We vinden dit verslag in Genesis 12:1: “De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit het land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.”

    Abraham gaf gehoor aan de roeping van God – en hij verliet zijn thuis om naar het land van Gods belofte op weg te gaan. Het verhaal gaat verder in Genesis 12:5 en 6: “… en zij gingen weg om naar het land Kanaän te gaan en zij kwamen in het land Kanaän. En Abram trok door dat land heen tot aan de plaats Sichem, tot de eik van More…”

    Na meer dan vier millennia nadat Abraham z’n voet zette in het Beloofde Land, vertonen de plaatsaanduidingen genoemd in dit vers dezelfde kenmerken die in de huidige werkelijkheid van het moderne Israël te zien zijn en wel specifiek in Judea en Samaria. Hoewel de meeste Bijbelvertalingen de eik of ‘vlakten’ van More noemen, spreekt de oorspronkelijke Hebreeuwse versie van Elon Moreh. ‘Elon’ is Hebreeuws voor ‘eik’. Elon Moreh bestaat nog steeds vandaag. Het is de naam van een Joods stadje in Samaria, waar bijna 2000 mensen wonen, en het ligt op de berg Kabir, ten oosten van Sichem (Nabloes). Dit is de exacte plek waar Abraham z’n tentenkamp opsloeg voor zijn eerste nachten in zijn nieuwe thuisland.

    Het was hier, terwijl hij bij Elon Moreh stond, net iets meer dan 800 meter boven de zeespiegel op de hoogten van de berg Kabir, turend in de richting van de Dode Zee in het zuiden, naar de Middellandse Zee in het westen, naar de Jordaan in het oosten en het Hermon gebergte in het noorden, dat de vader van het Joodse volk de stem van de Almachtige hoorde Die zei: ‘Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven.’ (Genesis 12:7)

    Geen besef van de historie
    “Een tijd geleden las ik een fascinerend artikel,” zegt David Ha’ivri. Ha’ivri is wat de wereld een ‘Joodse kolonist op de Westoever’ noemt. De afgelopen 25 jaar hebben hij en zijn vrouw hun thuis gevonden in een kleine Joodse stad die Kfar Tapoeach heet, Appeldorp. Het ligt in de heuvels van Samaria, niet zo ver bij Elon Moreh vandaan. Hij is ook de adviseur in internationale zaken van de voorzitter van de Sjomron Regionale Raad, en hij neemt bezoekers uit het buitenland mee voor persoonlijke dagtrips en uitjes in Samaria.

    Het artikel waarnaar Ha’ivri verwijst, bespreekt een studie die in 2013 uitgevoerd is door het Pew Onderzoek Instituut. De bevindingen laten zien dat 82% van blanke ‘Evangelicals’ in Amerika gelooft dat God het land Israël beloofde aan de nakomelingen van Abraham, Izak en Jakob in een ‘eeuwigdurend verbond’. Zij houden eraan vast dat het ‘Beloofde Land’ aan het volk van Israël behoort.

    Het percentage staat gelijk aan een groot deel van de Amerikaanse bevolking, meent Ha’ivri. ”De studie geeft aan dat miljoenen mensen de Bijbel lezen en zien dat de Almachtige het land Israël aan het Joodse volk beloofde. Wanneer het echter aankomt op het populaire standpunt met betrekking tot het vredesproces, dan ben ik verbijsterd door de vele oproepen aan Israël om de zogenoemde Westoever aan de Palestijnen te geven,” verklaart hij.

    De enige conclusie die Ha’ivri kan trekken is dat veel mensen zich niet realiseren dat wat de wereld de Westoever noemt, ‘bezet gebied’, of ‘betwist gebied’, in feite het land van de belofte is, de plek waar Abraham stond toen hij van de Almachtige het eigendomsrecht voor het land ontving voor hemzelf en z’n nageslacht. Judea en Samaria is dan niet alleen de locatie waar de gebeurtenissen in de Joodse oudheid zich afspeelden, maar het is ook de wieg, de geboorteplaats van het volk dat later Israël zou worden.

    Volgens Ha’ivri moet een groot deel van de internationale gemeenschap – en zelfs sommigen in christelijke kringen – nog de betekenis ontdekken van de terminologie, de geografie en de verhalen van Judea en Samaria. “Veel mensen leggen eenvoudigweg niet de verbinding tussen de oude gebeurtenissen en plaatsen waarover ze in de Bijbel lezen, en de huidige gebeurtenissen en plaatsen waarover ze in de kranten lezen.”

    Het is deze specifieke context die gemist wordt in het begrijpen van Judea en Samaria door de wereld, zegt hij. Daarom is het zo belangrijk, gelooft hij, dat mensen Judea en Samaria bezoeken. Om het ‘opgefokte’ verslag over de Westoever door de media, politici, ‘vredesorganisaties’ en Palestijnen te vergelijken met de feitelijke verhalen, mensen en locaties in de Heilige Schrift.

    Bijbelse hoogtepunten
    Ha’ivri heeft gelijk. Het overgrote deel van de hoofdstukken en verzen uit het Oude Testament waren geschreven vanuit Judea en Samaria, om te vertellen over het bovennatuurlijk – wonderlijke, het tragische en het alledaagse wat daar plaatsvond. En vandaag geven de echo’s en de zichtbare getuigen van deze Bijbelse gebeurtenissen nog steeds vorm aan de realiteit in het land. Laten we een paar van deze Bijbelse hoogtepunten bekijken.

    Voor het grootste gedeelte van hun leven noemden Abraham, Isaak en Jakob Judea en Samaria hun thuis. Hebron, dat in de Judese heuvels ligt, is ook de uiteindelijke rustplaats geworden van de aartsvaders en de aartsmoeders Sara, Rebecca en Lea. In de vlakten bij Sichem verkochten Jozefs broer hem tot slavernij. Jaren later dreef hongersnood de zonen van Jakob (Israël) naar Egypte.

    Nadat ze eeuwen later uit Egypte bevrijd waren, leidde Jozua het aankomende volk van voormalige slaven door de rivier de Jordaan heen terug hun erfland binnen. Op de rotsachtige heuvelhellingen van Samaria kwam het volk van Israël bij elkaar in Shilo, om daar de ‘tent van ontmoeting’ of Tabernakel op te zetten (Jozua 18:1). Die bleef daar 369 jaar. Hier verhoorde God het stille gebed van Hanna’s hart, en schiep Hij een ‘zetel’ voor de profeet Samuel om het volk te leiden.

    In de velden bij Bethlehem merkte Boaz voor het eerst een jonge Moabitische vrouw op, met wie hij later trouwde. Ruth werd de overgrootmoeder van David, Israëls grote herder-koning. David hoedde zijn kudde in de weiden van Judea voordat Samuel Gods woord bekendmaakte dat de rossige jongeman de volgende heerser over de natie zou worden.
    Koning David regeerde vanuit Hebron voordat hij Jeruzalem tot hoofdstad van Israël maakte, een stad verscholen in de Judese heuvels. En hier, op de berg Moria, bouwde Salomo de Eerste Tempel als een woonplaats voor de Almachtige.

    Vanuit Judea waarschuwden de profeten Jesaja en Jeremia voor naderende oorlog en verwoesting. En toen de profetieën vervuld werden, ging het volk van Judea in ballingschap naar Babel, om na 70 jaar met Ezra weer terug te keren. Onder Nehemia bouwde men het verwoeste Jeruzalem weer op.

    Christenen kennen deze geschiedenissen als deel van onze Bijbel. Echter voor het volk Israël vormen deze de annalen van hun eigen verleden. Ha’ivri geeft aan: “Judea en Samaria vormen de kern van onze geschiedenis, van ons oude thuis. Het is het Bijbelse hartland van het Joodse volk. Tijdens onze tweeduizendjarige ballingschap verdween nooit het verlangen om terug te keren. Feitelijk ligt de fundering voor de verbinding met ons oude thuisland juist hier, in het Bijbelse hart van Israël, Judea en Samaria. Dit is de plek waar de geschiedenis en de toekomst van het Joodse volk elkaar ontmoeten.”

    Wat betekent een naam?
    Hoe veranderde echter het Bijbelse hartland van het Joodse volk in de huidige ‘Westoever’?

    “In 1948 herkreeg Israël zijn onafhankelijkheid, maar verloor het z’n oude thuisland,” geeft Yishai Fleisher aan. Fleisher is de internationale woordvoerder voor de Joodse gemeenschap in Hebron, een bekende presentator van een Israëlisch radioprogramma en mederedacteur van The Jewish Press. Hij woont met zijn gezin op de Olijfberg in Jeruzalem – een ander gebied waar de wereld het etiket ‘bezet’ of ‘betwist’ opgeplakt heeft. Daarom wordt hij ook een ‘Joodse kolonist op de Westoever’ genoemd.

    Fleisher legt uit dat het nodig is even terug te gaan naar de oude geschiedenis om de omschakeling van Judea en Samaria naar Westoever te begrijpen.

    Toen de Romeinen in 135 de laatste verzetslegers in Israël verslagen hadden, ging het Joodse volk weer in ballingschap – deze keer voor bijna dan 2000 jaar. In een poging alle sporen van Joodse geschiedenis in het land uit te wissen, hernoemde de Romeinse keizer Hadrianus de stad Jeruzalem voortaan Aelia Capitolina. Judea en Samaria werd Syria Palestina genoemd. (Deze naam werd expres gekozen om Israël te herinneren aan hun aartsvijanden van weleer, de Filistijnen.) Het Beloofde Land verviel in woeste verlatenheid, precies zoals God gewaarschuwd had in Deuteronomium 29:23: ‘…heel zijn land is zwavel en zout, een brandplek; het wordt niet bezaaid, er groeit niets op en er komt geen enkel gewas op…’

    Wedergeboorte
    Verschillende vreemde legers, bezetters en heersers kwamen, veroverden het land en gingen weer weg. Toen begon in 1514 het machtige Ottomaanse Rijk op systematische wijze heel het Midden-Oosten te veroveren. Het ene na het andere volk binnen dit gebied viel de Ottomaanse Turken toe, die uiteindelijk de hele regio – waaronder ook het Beloofde Land – verenigden onder hun ijzeren vuist.

    De Ottomaanse heerschappij in het Midden-Oosten kwam eeuwen later ten einde nadat de Turken in de Eerste Wereldoorlog verslagen waren. Alle landen die voorheen in het gebied onder hun beheer stonden, kwamen nu onder Westers bestuur. Frankrijk en Engeland kregen de verantwoordelijkheid om binnen dit grote gebied afzonderlijke ‘naties te scheppen’.

    Toen werd in november 2017 de Balfour Verklaring uitgevaardigd. Dit document onderstreepte Engelands steun en toewijding aan de wedergeboorte van een Joodse staat in hun oude thuisland. Joden wereldwijd zagen een glimpje hoop dagen om uiteindelijk ‘naar huis terug te keren’.

    Onder Franse en Britse volmacht werden Arabische landen zoals Syrië, Libanon, Irak en Jordanië gecreëerd. En tenslotte werden gedeelten van de kleine strook land tussen de Jordaan en de Middellandse Zee aan het Joodse volk aangeboden, als onderdeel van het VN Verdelingsplan uit 1947. Het Beloofde Land, zo luidde de aanbeveling van de dit plan, moest opgedeeld worden in een onafhankelijke Joodse staat naast een onafhankelijke Arabische staat.

    De Joden aanvaardden dit aanbod en waren blij bij met het vooruitzicht een thuisland te scheppen op kleine stukken van het oorspronkelijke land dat aan Abrahams nakomelingen via Isaak en Jakob als erfland was beloofd. Op 14 mei 1948 was de Staat Israël herboren – precies één dag voordat de Britse volmacht over het historische Palestina eindigde.

    Oorlog
    De Arabieren dreven de spot met het voorstel, en kozen voor de optie om oorlog te voeren tegen de Israëli’s die een kleine minderheid vormden en weinig wapens hadden. Tegen alle verwachting in kreeg het armzalige leger van de kersverse natie het voor elkaar de macht van vijf Arabische legers terug te dringen. De Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 versterkte Israëls opnieuw tevoorschijn komen op het wereldtoneel. Maar toen de rook van het slagveld opgetrokken was en de lijnen van het staakt-het-vuren getrokken waren, had de Joodse staat z’n hartland verloren – Judea en Samaria.

    Jordanië, onder Britse volmacht ontstaan, had tot dan toe slechts bestaan op de oostelijke oever van de Jordaan. Het Jordaanse leger was echter de Jordaan overgestoken naar de westelijke oever en drong Judea en Samaria binnen in een poging het te annexeren.
    Ha’ivri legt uit: “Dit was de eerste keer dat de naam ‘Westoever’ opdook in de geschiedenis.”
    Fleischer verzekert dat de Jordaniërs 19 jaar lang illegaal Judea en Samaria bezet hielden.

    “Ik noem het illegaal, omdat de wereld het illegaal noemde. Behalve Engeland en Pakistan erkende geen enkel land de Jordaanse bezetting als drager van enige wettelijke soevereiniteit over dit gebied.”
    Toen brak de zomer van 1967 aan, en Israël werd de Zesdaagse Oorlog in gedwongen, een verdedigingsconflict waar Israël geen zin in had. Maar na enkele dagen van bloedige strijd won de Joodse staat een beslissende overwinning: de Jordaanse legers trokken terug naar de oostelijke oever van de Jordaan, en het volk van Israël keerde terug naar het eigen hartland – Judea en Samaria.

    Van wie is het land eigenlijk?
    “De Bijbel vertelt ons niet dat onze voorvaders in de moderne steden als Tel Aviv, Haifa of Tiberias woonden,” redeneert Ha’ivri. “Voor wat de Joodse connectie met het land betreft, zijn deze moderne centra feitelijk een uitbreiding van Judea en Samaria.”

    ‘De rechten van het Joodse volk om in Israël te wonen, stammen af van onze rechten om in Judea en Samaria te wonen – het is niet andersom.’

    Fleisher is het daarmee eens. “De rechten van het Joodse volk om in Israël te wonen, stammen af van onze rechten om in Judea en Samaria te wonen – het is niet andersom.”

    “Er zijn drie hoofdcategorieën van wettelijke rechten voor ons om in het Bijbelse hartland te wonen.”

    De eerste en belangrijkste, stelt Fleisher, is van religieuze aard. “De Bijbel is hierover duidelijk: God wees het land van Israël toe aan het Joodse volk. En de einduitkomst is dat dit nu juist plaats vond in Judea en Samaria, het gebied waar de aartsvaders leefden en hun gezinnen groot brachten en waar zij nu begraven liggen.”

    “De tweede categorie is onze historische connectie met dit land. Onze wortels gaan terug tot op de tijd van Abraham en strekken zich uit tot de dagen van de Tweede Tempel. Er zijn talloze geloofwaardige historische documenten, waaronder Griekse en Romeinse bronnen, die officieel de Joodse aanwezigheid in Judea en Samaria bevestigen. In feite werd de connectie tussen het Joodse volk en het land als een gegeven beschouwd. Dit was zo tot in onze tijd, toen de Bijbel nog beschouwd werd als een invloedrijk boek dat relevant was voor iedereen.”

    De fundamentele verhalen van de geschiedenis van ons volk vonden allemaal hier plaats, betoogt Fleisher. “Van Be’er Sheva tot Hebron, tot Bethlehem, Jeruzalem, Beit El en Shichem: dit zijn de cruciale locaties waar bijna elke centrale gebeurtenis in onze oude geschiedenis zich afspeelde. Deze plaatsen liggen ook allemaal in gebied dat de wereld ‘betwist’ of ‘bezet’ noemt nota bene!” roep hij uit. “Geschiedkundig bekeken is het ironisch dat er geen enkel ander volk op aarde is dat zo’n rijk en goed gedocumenteerd verslag van hun connectie met een land kan overleggen!”

    Zowel de Balfour Verklaring uit 1917 als de San Remo akkoorden uit 1920 erkennen deze onbreekbare connectie. “Als mensen het hebben over de wedergeboorte van de natie Israël, missen zij vaak een wezenlijk aspect,” benadrukt Fleisher. “De internationale lichamen, verklaringen (resoluties) en akkoorden gaven ons niet alleen maar een stuk land. Zij erkenden onze historische connectie, onze wortels die diep in deze specifieke bodem lagen. En die verbinding betreft het gebied op de westelijke Jordaanoever. Van geschiedenis tot internationale wetgeving komt het steeds neer op onze onloochenbare connectie met dit land.”

    De derde categorie is de krijgsmacht, geeft Fleisher aan. De Joodse staat koos er nooit voor om oorlog te gaan voeren. De Onafhankelijkheidsoorlog, de Zesdaagse Oorlog en de Jom Kipoer oorlog waren alle verdedigingsconflicten. Toen echter het volk van Israël oorlog opgedrongen werd, kregen zij het voor elkaar de vijand te verslaan, vaak ondanks grote moeilijkheden. “De regels van het internationaal recht aangaande gewonnen land tijdens een verdedigingsoorlog, zijn duidelijk,” legt Fleisher uit. “Maar in de situatie van Israël kwam het zelfs niet in de buurt van deze principes. Terwijl we in 1967 tot oorlog gedwongen werden, herwonnen we land dat aan ons behoorde, land dat van ons gestolen was. We keerden terug tot ons voorvaderlijke thuisgebied.”

    Terugkeer
    Volgend op de Zesdaagse Oorlog begonnen Joodse gezinnen langzaam maar zeker terug te keren naar de kale heuvels waar hun voorvaders eens leefden. Om het Bijbelse hartland van Israël weer tot bloei te brengen.
    Vandaag wonen er ongeveer 400.000 mannen, vrouwen en kinderen op die plekken die ons zo bekend zijn uit de Heilige Schrift: Beit El, Shilo, Hebron en Elon Moreh.

    Volgens Ha’ivri is dit slechts het begin. De bevolking in Israëls oude thuisgebied groeit heden ten dage vijf keer sneller dan het landelijk gemiddelde. Judea en Samaria bieden de ideale locatie om een gezin te stichten en groot te brengen, zegt hij. Er is zuivere lucht, een mild klimaat en er zijn veilige woonwijken.

    “Maar uiteindelijk is de reden voor de groeiende Joodse aanwezigheid veel belangrijker,” vertelde hij aan CBN (Amerikaanse christelijke nieuwszender). “Er is een goddelijk proces van profetievervulling aan de gang dat niet te verklaren is. De profeten beloofden dat de kinderen van Israël naar deze bergen (heuvels) zouden terugkeren om de Joodse steden en dorpen te herbouwen. En dit is het wat heden ten dage gebeurt.”

    “Voor mij als een Joodse man die de Bijbel en de profetieën gelooft, is deze profetievervulling absoluut verbazingwekkend,” geeft Ha’ivri toe. Volgend op de verwoesting van de Eerste Tempel en Jeruzalem, gaat hij verder, waren de kinderen van Israël verbannen uit het land en gingen in ballingschap op weg naar Babel. “Op dit punt aangekomen, toen de toekomst alleen tragedie en wanhoop leek te voorspellen, sprak de oude Hebreeuwse profeet Jeremia Gods beloften van hoop. Jeremia 30:3: “Want zie, er komen dagen, spreekt de Heere, dat Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Mijn volk, Israël en Juda, zegt de Heere, en Ik zal hen terugbrengen naar het land dat Ik hun vaderen gegeven heb, en zij zullen het in bezit nemen.”

    Jeremia 33:7 bevestigt deze profetie: ‘Ik zal een omkeer brengen in de gevangenschap van Juda en in de gevangenschap van Israël, en hen opbouwen zoals vroeger.’”
    Judea en Samaria is waar het allemaal begon. Dit is het gebied waar Gods belofte voor het eerst gegeven was. En vandaag is dit het land waarover de profetieën in vervulling gaan.

    Hoge prijs
    Verdrietig genoeg brengt het dagelijks deelhebben aan de vervulling van de profetie vaak een prijs met zich mee. Niemand weet dit zo goed als de familie Ariel. Amichai en Rina Ariel wonen met hun gezin in een buitenwijk van Kirjat Arba, een Joodse stad dichtbij Hebron. Twintig jaar geleden verhuisden ze hier naartoe, en Amichai plantte een wijngaard in de heuvels van Judea. De wijnstokken produceren vandaag boetiekwijnen van buitengewone kwaliteit.

    Op de morgen van 30 juni 2016 veranderden hun levens voorgoed toen een Palestijnse tiener uit een naburig dorp hun huis binnendrong. Gewapend met een mes en vol brandende haat kwam de 17-jarige Mohammad Nasser Tra’aya naar binnen om te doden.
    De oudste dochter, de dertienjarige Hallel, lag te slapen. Het was tenslotte de eerste dag van de zomervakantie. Tra’aya stak het jonge meisje in bed dood met z’n mes.

    Vijf maanden zijn voorbijgegaan sinds de brute moord op Hallel. Er is weer een tijd van oogsten gekomen en gegaan. Echter ondanks hun grote verdriet weigeren de Ariels verbitterd te worden en haat en wanhoop te laten overwinnen. “We willen het Arabische moslimterrorisme niet toestaan over ons leven te heersen,” zegt Rina, terwijl ze haar ogen zorgzaam laat gaan over de weelderige wijnstokken die zich tot de horizon uitstrekken. “We worden in het leven bewaard door de wetenschap dat datgene waar we doorheen gaan niet een individueel of een privé verhaal is – het is de geschiedenis van de Joodse natie, van het Joodse volk. In elke generatie waar we ook waren, zijn er Joden vermoord alleen omdat we Joden zijn. Hallels verhaal is onderdeel van een lange keten van gelijke verhalen. En dat is morgen echt niet voorbij,” zucht ze.

    “Daarom moeten we sterk staan in ons geloof en in onze overtuiging waarom we hier zijn, waarom we ervoor kiezen in Judea en Samaria te wonen. Dit is het land dat Hashem aan het Joodse volk gaf. Het Oude Testament staat vol met bewijzen daarvan. Onze voorouders leefden hier. Nu komen hun zonen thuis. Het kostte ons veel jaren om terug te komen. En nu we hier zijn teruggekeerd zullen we de doodsdreiging en het kwaad niet toestaan ons hier vandaan te krijgen.”

    “We zijn hier vanwege een profetie.” Rina glimlacht een beetje, met vastberadenheid in haar ogen. “We kozen ervoor onze levens op te bouwen in Judea en Samaria, gefundeerd op de belofte van de Almachtige.”

    Over de auteur