fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Geen plaats in de herberg

    Ds. Henk Poot - 14 december 2016

    De herberg is een geliefde halte in menige kerstpreek. In het evangelie wordt hij terloops genoemd, nog niet eens in een hoofdzin, maar wij staan er toch graag even langer bij stil. En het gaat ons eigenlijk niet eens om de herberg, maar om de herbergier. Die heeft een prachtige bijrol.

    We – ik heb het ook ooit gedaan – laten Jozef en Maria laat in de avond uitgeput van een lange reis aankloppen bij de herberg, waarop de dikke en gemene uitbater van het etablissement beweert dat zijn zaak vol is. Iedereen weet dat de man liegt, er is nog genoeg plek, maar aan Jozef en Maria valt klaarblijkelijk niet veel te verdienen. De toepassing is gauw gevonden en bestaat uit de vraag aan de toehoorders of er bij hen wel plaats is voor Jezus.

    “Er moest helemaal geen plaats in de herberg zijn omdat Christus geen passant is.”

    Nog niet zo lang geleden ontdekte ik dat de Bijbelse boodschap van deze korte mededeling in het Lukasevangelie anders is. Elke voorganger of prediker die zich in de dagen van advent bezig houdt met de verkondiging van de geboorte van Jezus, weet dat onder de woorden van de evangelisten gedeelten en profetieën uit het Oude Testament schuilgaan. Of beter: ze gaan bij de komst van de Messias in vervulling.

    Zacharias en Elizabeth roepen de herinnering op aan Abraham en Sarah, de wijzen uit het Oosten wijzen terug op Jesaja 60 en Psalm 72, waarin wordt geprofeteerd dat koningen met hun schatten naar Sion zullen reizen om de Heere eer te bewijzen. De kribbe verwijst naar het begin van Jesaja, waarin God Israël verwijt dat een rund en een ezel de kribbe van hun meester kennen, maar dat Gods volk geen begrip heeft en de herders verwijzen naar Micha 4 en 5 en misschien ook wel naar Ezechiël 34, waarin gesproken wordt over de Herder die de verstrooide schapen van Israël zal inzamelen. Niets minder is ook het geval met de herberg van Bethlehem. Het verwijst naar een profetie van Jeremia.

    Hoofdstukken lang stort God zijn teleurstelling en toorn uit over Juda en Jeremia moet die woorden horen en doorgeven. Ze zijn intens bitter en hard: God wil niet eens meer dat Jeremia voor Juda bidt. Hij zegt: Al zouden Samuël en Mozes voor mij staan, dan nog zou ik niet luisteren (Jeremia 15:1). De profeet smeekt om vergeving en pleit voor zijn volk: Heeft u dan een afkeer van Sion, gaat U uw heilige troon dan ontheiligen, uw naam is toch over ons uitgeroepen?

    En dan midden in hoofdstuk 14 lezen we: “Hope Israëls, zijn Helper in tijd van nood, waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, als een reiziger die slechts zijn intrek neemt om te overnachten?” (NBG ’51). En vervolgens: “Gij zijt toch in ons midden, Heere, uw naam is over ons uitgeroepen, laat ons niet aan ons lot over!”.
    Met andere woorden: U bent toch niet iemand die er af en toe is, een passant, die komt om gauw weer weg te gaan?!
    In de oude Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel staat: “U bent toch niet als iemand die in een herberg verblijft!”. Het woord voor herberg, kataluma, is ook het woord dat we tegenkomen in de geboortegeschiedenis.

    De boodschap is dus dat met de komst van de Zoon van God, God niet is gekomen om weer weg te gaan, als iemand op doorreis, maar dat Hij thuis gekomen is in Israël. Ik denk dat je dat zo mag en moet zeggen. Jezus de Christus heet daarom ook Immanuël. Nooit meer zal Hij Gods volk achterlaten. Er moest helemaal geen plaats in de herberg zijn omdat Christus geen passant is.

    Jeremia zou dit prachtige antwoord van God op aarde niet meemaken. Babel zou weldra Jeruzalem innemen en verwoesten, het volk zou in ballingschap gaan en de profeet zou zelf als vluchteling in Egypte sterven. Maar uiteindelijk zou toch de trouw en de ontferming van God sterker zijn dan zijn toorn. Dat zien we in de geboorte van Jezus.

    En de toepassing van de prediking over deze tekst zou dan ook moeten zijn: Beseffen wij dat Israël nog steeds in Christus verbonden is met God, dat Immanuël geen naam is die Jezus weer aflegt en … Mag Jezus in uw leven geen passant zijn, iemand die er af en toe is, komt en weer weggaat. Kan Hij bij u thuis komen?

    Over de auteur