• Over de spelonk van Machpela, die Abraham kocht als familiegraf en waar de aartsvaders van Israël begraven liggen, is een Herodiaans complex gebouwd dat tegenwoordig zowel als moskee als synagoge wordt gebruikt. - Foto: Flash90
Nieuws

Hebron en de spelonk van Machpela

25 augustus 2017

Unesco besloot al eerder dat Israël geen recht heeft op Jeruzalem en dat de Joden geen aanspraak kunnen maken op de Tempelberg en de Klaagmuur. Op 7 juli werd besloten dat de spelonk van Machpela in Hebron een ‘bedreigde Palestijnse heilige plaats’ is. Laten we daarom maar weer eens de Bijbel open slaan en lezen over Hebron.

Hebron ligt ongeveer 35 kilometer ten zuiden van Jeruzalem, door wijngaarden en boomgaarden omgeven. De stad werd aan Kaleb gegeven (Jozua 14:6-15) die samen met Jozua een positief verslag over het Beloofde Land had uitgebracht (Numeri 13). Hebron, dat ook Kirjath Arba genoemd wordt, is de stad waar Sara sterft (Genesis 23:2) en begraven wordt (Genesis 23:29). Ook Isaak sterft er (Genesis 35:27-29). Abraham, Isaak en Jakob zijn er begraven (Genesis 49:29-33), net als Sara, Rebecca en Lea, in de spelonk van Machpela bij Mamre, die Abraham als graf kocht van de Hethiet Efron, met het omliggende veld (Genesis 50:12-14). Dit is dus de stad waar al de stamvaders van Israël en hun vrouwen begraven zijn. En is Zijn Naam niet God van Abraham, Isaak en Jakob?

Bewoners

De stad Hebron werd zeven jaar vóór de stad Zoan in Egypte gebouwd (Numeri 13:22), vermoedelijk rond 1700 voor Christus. De nakomelingen van Enak (Deuteronomium 2:10; 9:2; Jozua 11:22) hebben er gewoond: Achiman, Sesai en Talmai, reuzen in de ogen van de Israëlieten (Numeri 13:33). Kaleb verdreef hen (Jozua 15:13-14).
Abraham zette er zijn tenten neer en woonde er (Genesis 13:18). De Heere verscheen daar aan hem en beloofde hem de geboorte van een eigen zoon, waarop Abraham en Sara lachten (Genesis 17:17; 18:11-15).

Koningsstad

Het werd de stad van een koning genoemd (Jozua 12:10). Toen Jozua de stad innam, doodde hij de koning (Jozua 10:36-39, 22-28). Daarna wordt Hebron een van de vrijsteden (Jozua 20:7). De stad werd toegewezen aan de nakomelingen van Aaron (Jozua 21:9-13). David was er koning gedurende zeven jaar en zes maanden (2 Samuël 2:1-4, 11). Abner werd er gedood (2 Samuël 3:22-27). Het hoofd van Isboset werd er begraven (2 Samuël 4:12) en David doodde daar diens moordenaars. Daar zalfden de stammen van Israël David tot koning (2 Samuël 5:1-5). Zijn zoon Absalom werd er geboren (en vijf andere zonen, 1 Kronieken 3:1-4) en Absalom rebelleerde er tegen zijn vader (2 Samuël 15:10). Later maakte Rehabeam er een vestingstad van (2 Kronieken 11:5-12). Na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap werd de stad weer bewoond (Nehemia 11:25).

Wie meent dat Hebron en de Joodse geschiedenis niets met elkaar te maken hebben, pleegt pure geschiedvervalsing. We gaan ervan uit dat de christenheid wereldwijd protest aantekent.

Over de auteur