• Het kunstwerk 'Na de pogrom' toont een tafereel van Joden op de vlucht na een pogrom, een vaak door christenen georganiseerde gewelddadige aanval op Joden, waarvan er talloze hebben plaatsgevonden in Europa. - Beeld: Minkowski
Nieuws

Antisemitisme in het Nieuwe Testament?

Jaap de Vreugd - 19 januari 2018

“Alleen een radicale kritiek op en zuivering van het Nieuwe Testament zullen een proces op gang brengen, waarin het christendom geen bron meer van verachting en haat zal zijn. Auschwitz maakt onomstotelijk duidelijk dat het christendom voor de keus staat tussen omkeer (én loutering) óf voortgaan op de weg van blijven participeren in allerlei vormen van antisemitisme.”

Met dit citaat van de Amerikaanse rabbijn Irving Greenberg opent dr. Hans Jansen het tweede deel van zijn uitvoerige studie Christelijke theologie na Auschwitz. Hij geeft het in feite als motto aan zijn studie mee. Het zijn ingrijpende woorden. Christenen dienen niet alleen hun geschiedenis en theologie te zuiveren van antisemitisme, maar moeten in deze zuiveringsactie helemaal doorstoten tot de bron van het christelijk geloof, nl het Nieuwe Testament.

Greenberg vervolgt: “Als het Nieuwe Testament niet zal worden gezuiverd van Jodenhaat, zal het christendom de weg blijven banen naar Jodenvervolging, door ze te ondersteunen. Wanneer we nu moeten zeggen, dat het christendom Auschwitz nog heeft overleefd, dan geloof ik niet dat het voor een tweede keer zal kunnen overleven zonder het resterend ‘morele kapitaal’ helemaal te verliezen. Als het christelijk geloof zich werkelijk door het vuur van Auschwitz laat uitzuiveren van haat tegen de Joden, zal het overleven, ook al is het nog zo pijnlijk het Nieuwe Testament zelf van vijandschap tegen de Joden te zuiveren. De zuivering van het Nieuwe Testament zal in ieder geval minder pijnlijk verlopen dan het alternatief: een niet-gezuiverd Nieuwe Testament zal een bron van antisemitisme in onze wereld blijven’.

“Volgens mij zouden de woorden van Greenberg zelfs tot de verpletterende conclusie kunnen leiden, dat christendom in essentie per definitie antisemitisch is.”

Wortels van christelijke Jodenhaat zitten niet alleen in de theologie en in een vooringenomen wijze van lezen en uitleggen van de christelijke Heilige Schriften, maar in die Heilige Schriften zelf; worden die niet uitgezuiverd, dan zullen christendom en Nieuwe Testament een bron van antisemitisme blijven. Volgens mij zouden de woorden van Greenberg zelfs tot de verpletterende conclusie kunnen leiden, dat christendom in essentie per definitie antisemitisch is.

Theologie na Auschwitz

Dit hele complex van vragen is in alle scherpte op tafel gekomen in de theologische bezinning van de tweede helft van de vorige eeuw. Onder de indruk van de demonie van de Shoah in het hart van het door het christendom gestempelde Europa gingen theologen, zowel van Joodse als van christelijke huize, zich afvragen wat de rol van kerk en theologie geweest is in de eeuwenlange geschiedenis van het Europese antisemitisme, een geschiedenis, die uiteindelijk geleid heeft tot de gruwelijke moord op meer dan zes miljoen Joodse mannen, vrouwen en kinderen, louter vanwege het feit dat ze Joden waren.

Helder kwam aan het licht, dat een eeuwenlange manier van Bijbeluitleg, verkondiging en onderricht meegewerkt heeft aan het scheppen van een vruchtbare voedingsbodem voor antisemitisme. De vervangingstheologie heeft het christelijk denken en handelen gedomineerd: sinds de afwijzing van Jezus als de Messias door de Joden zijn de beloften van God overgegaan op de kerk, het ‘nieuwe volk van God, het geestelijke Israël’; terwijl het ‘vleselijke Israël’ het oordeel en de vloek van God draagt. Joden en Jodendom werden (worden) in de meest negatieve bewoordingen afgeschilderd, antisemitische maatregelen door de kerk genomen of ondersteund.

Er loopt een bloedrode lijn van ‘christelijke’ Jodenhaat door de (kerk-) geschiedenis van Europa. Nationaalsocialistische antisemitische propaganda kon zich beroepen op kerkelijke tradities en uitspraken van grote christelijke voormannen. Met schaamte hebben veel gewone christenen en theologen zich dat na 1945 gerealiseerd, en zijn naarstig op zoek gegaan naar een andere verhouding tot het Joodse volk en vooral naar een hernieuwde Bijbelse visie op de blijvende verkiezing van Israël en de rol van dit volk in het heilshandelen van God. Nederlandse kerken en theologen zijn volop in dit proces betrokken geweest.

Even terzijde: misschien moeten we inderdaad zeggen ‘geweest’; het lijkt erop, alsof die hele bezinning haar tijd gehad heeft, en je vraagt je af, wat er blijvend van zal zijn. Ik vind het zeer verontrustend dat veel jongere predikanten en theologen hieraan geen boodschap meer schijnen te hebben, en dat veel kerken (van allerlei snit en signatuur!) mede onder de druk van de politieke situatie rond Israël de nieuw verworven inzichten en de houding van solidariteit met Israël aan het opgeven zijn. Zo maakt bijvoorbeeld momenteel een in een nieuwe jas gestoken ouderwetse vervangingstheologie als de Palestijnse bevrijdingstheologie van het instituut Sabeel in Jeruzalem furore in kerkelijke kring.

“Er loopt een bloedrode lijn van ‘christelijke’ Jodenhaat door de (kerk-) geschiedenis van Europa.”

Sporen van antisemitisme

Hoe dan ook, in het kader van deze theologie na Auschwitz kwam ook de vraag naar (sporen van) antisemitisme in het Nieuwe Testament naar voren. Veel theologen menen deze sporen te kunnen aanwijzen in bijvoorbeeld de evangeliën van Matteüs en Johannes en bij Paulus. Matteüs vermeldt de onheilspellende woorden “Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen” (27:25). Het is helaas zonneklaar, dat deze tekst een desastreuze werking gehad heeft; tot in de periode van het nazisme toe werden deze woorden gebruikt als een ‘christelijke verklaring’ voor de ellende die de Joden overkwam: ze hebben het zelf over zich afgeroepen.

Ook daarna nog trouwens: ik zal nooit vergeten dat ik met een groepje christenen ergens in de jaren ‘70 van de vorige eeuw in Yad Vashem was, verpletterd door de afschuwelijke beelden van de Holocaust, en dat één van de reisgenoten zei: “En dat allemaal omdat ze geroepen hebben: ‘Zijn bloed kome over ons en onze kinderen’!”

Bij Johannes lezen we dat Jezus op een gegeven moment zegt: “u bent uit uw vader de duivel” (8:44); ook al een woord dat gebruikt is om de Joden letterlijk te demoniseren: Jezus zegt zelf immers dat ze uit de duivel zijn. De Joden als duivelskinderen, een bekend motief in antisemitische geschriften en propaganda; teruggaande op een uitspraak van Jezus zelf. En dan is daar het schokkende woord van Paulus in 1 Thessalonicenzen 2:14–16, waarin hij bij eerste lezing de indruk wekt dat het voorgoed voorbij is voor de Joden, die “God niet behagen en alle mensen vijandig gezind zijn”. Ik kom op deze verzen straks nog even terug.

Moeilijke teksten

Het valt niet te verhelen, dat deze teksten het ons moeilijk maken als we zien hoe ze in de geschiedenis gewerkt hebben. Hier past ook geen ontkenning of verzachting: deze woorden hebben letterlijk een dodelijke werking gehad voor het Joodse volk. Christenen die zich beroemden in het kruis, hebben naar het indrukwekkende woord in het boek van André Schwartz-Bart, De laatste der rechtvaardigen, dat kruis omgedraaid en het als een zwaard gehanteerd tegen de Joden met dergelijke woorden uit de Schrift.

We moeten dat het volle pond geven en helemaal door ons heen laten gaan. Nog steeds bestaat in christelijke kring de neiging de christelijke medeverantwoordelijkheid voor de moord op het Joodse volk te bagatelliseren. Maar het is waar: christenen smeedden met behulp van dit soort Schriftwoorden de haat-taal, waarmee Israël in ons midden werd gedemoniseerd en keken vervolgens in meerderheid de andere kant op toen de nazi’s de conclusies trokken.

En vandaag opnieuw kijkt de christelijke wereld in meerderheid de andere kant op als Israël in de Arabische propaganda wordt gedemoniseerd met termen, aan de Europese geschiedenis ontleend; en kerkelijke voormannen doen lustig mee in het veroordelen van Israël en roepen op tot boycotacties, want, menen zij, ‘antizionisme’ is wat anders dan antisemitisme. Op onthutsend venijnige wijze wordt Israël verweten de Palestijnen aan te doen wat de nazi’s de Joden aandeden. En Joden wereldwijd worden aangesproken op datgene wat in Israël gebeurt.

“Ik acht het niet onwaarschijnlijk, dat hierin de funeste uitwerking van de eeuwenlange wijze van omgaan met dit soort Schriftwoorden zich nog steeds voortzet.”

En zo wordt de ‘klassieke’ anti-Joodse, om niet te zeggen antisemitische lijn gewoon doorgetrokken. Ik acht het niet onwaarschijnlijk, dat hierin de funeste uitwerking van de eeuwenlange wijze van omgaan met dit soort Schriftwoorden zich nog steeds voortzet. Je kunt het dus ook betreuren, dat dergelijke woorden in de Bijbel staan, en zelfs de gedachte opperen, dat de Bijbelschrijvers zich mogelijk nog wel een paar keer bedacht zouden hebben als ze hadden kunnen voorzien dat hun woorden deze uitwerking zouden hebben. Maar wettigt dat nu ook de conclusie, dat het Nieuwe Testament (sporen van) antisemitisme bevat? En zouden we dus delen van het NT maar beter kunnen schrappen?

wordt vervolgd

Over de auteur