fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Geiten als brandweermannen?

    25 juni 2020

    Soms vereisen ingewikkelde problemen creatieve oplossingen. Israëlische steden voorkomen branden met behulp van wat ongewone brandweerlieden, namelijk zo’n 160 geiten, schapen, koeien en kamelen.

    Hoe vreemd het ook mag klinken, maar het grazen speciaal door geiten is in veel studies aangemerkt als een effectieve en ecologisch vriendelijke manier om het risico van zich verspreidende branden te verminderen. Een nieuwe Israëlische studie onderzoekt momentel hoe het grazen van geiten in Israël aangemoedigd en uitgebreid kan worden.

    Geiten dragen bij aan brandpreventie doordat ze de overtollige vegetatie eten die voorkomt in dichtbegroeide en met struikgewas bedekte gebieden (zoals bossen). Dit maakt het moeilijker voor branden om zich te verspreiden. Koeien en schapen helpen ook om de vegetatie uit te dunnen, maar zij eten het meest grassen. De geiten geven de voorkeur aan het eten van bosjes en laag hangende boomtakken – soms zie je ze zelfs op hun achterpoten staan om er bij te kunnen.

    Wanneer het struikgewas en laaghangende boomtakken uitgedund zijn, is het moeilijker voor vuur dat op de grond ontstaat om naar boven te kruipen. Dat helpt om een situatie te  voorkomen waar vlammen de toppen van de bomen bereiken en zich van boomtop tot boomtop verspreiden. Zo kan een kleine plaatselijke brand een gevaarlijke oncontroleerbare bosbrand worden.

    In het verleden kwam er veel begrazing door geiten voor in Israël. Dit werd beduidend teruggebracht volgend op de Wet Bescherming van Planten. Deze wet stond bekend als de ‘zwarte geitenwet’, zo vernoemd naar een veel voorkomend geitenras in de kuddes van de Bedoeïenen in Israël. Deze wet werd in 1950 van kracht, en sinds 1978 wijd en zijd ook strikt toegepast. Hierdoor werd het grazen van geiten behoorlijk aan banden gelegd. En dit leidde weer tot een vermindering van het aantal geiten, met name op het Carmelgebergte: van 15.000 in 1970 tot slechts 2.000 in 2013.

    Door de jaren heen is het bewijs van de voordelen van brandpreventie in bossen door begrazing, toegenomen. De wet is in 2018 ingetrokken. Maar de omvang van begrazing in Israël is nog steeds gering.

    Meer vrijheid, minder melk

    Volgens de nieuwe studie biedt deze vorm van begrazing voordelen voor boeren, zoals gratis voedsel voor de dieren. Als echter begrazing door geiten moet toenemen in Israël, moeten verschillende belangrijke onderwerpen aangepakt worden die voornamelijk te maken hebben met het centrale landbouwkundige doel van het geiten houden: melk en melkproducten.

    Wanneer geiten afhankelijk zijn van voer dat ze in een beheerste omgeving krijgen, zoals in een stal, dan kunnen boeren kiezen voor voer dat de melkopbrengst verhoogt. Loslopende geiten die in de velden grazen, geven doorgaans minder melk.

    Daar komt bij dat het voor geiten van het Europese ras – die veel in Israël gehouden worden – moeilijk grazen is in het Israëlische klimaat en gebied. Dus moeten ze in stallen gefokt en gehouden worden. Plaatselijk gefokte geiten die aan het gebied gewend zijn, kunnen dan wel geen moeite hebben met grazen maar produceren minder melk dan hun Europese soortgenoten. Ook zijn er directe kosten voor de graasgebieden, want er is een herder nodig die de kudden naar de graasgebieden leidt.

    Volgens dr. Liron Amador, onderzoekster aan het Open Landschap Instituut (OLI) van het Steinhardt Museum of Natural History (Tel Aviv Universiteit) en medeauteur van de nieuwe studie, is menselijke hulp onvervangbaar als het gaat om brandpreventie door begrazing: “Iemand moet de kudde brengen naar de aanbevolen plekken zoals gebieden met zeer dichte begroeiing, of stukken land die grenzen aan woongebieden waar de begrazing meehelpt om de gemeenschappen te beschermen tegen branden,” zegt ze.

    Het grazen in open gebieden kent ook technische uitdagingen. Zelfs wanneer geiten naar de graasplekken gaan, hebben ze een tijdelijke stal nodig als onderkomen voor ’s nachts en als melkschuur. Deze schuren moeten niet meer dan ongeveer 3 km verwijderd zijn van de plaats waar de kudde graast, want geiten hebben moeite met het afleggen van langere afstanden. Om die reden zijn de schuren soms in het open veld gebouwd, maar wellicht kunnen ze daar schadelijk zijn voor het milieu.

    Moedig amateur herders aan

    Met steun van de boswachterij van het Joods Nationaal Fonds, is het OLI bezig verschillende methoden te evalueren om te kijken hoe begrazing als brandpreventie uitgebreid kan worden. Met dat doel voor ogen inspecteren de onderzoekers hoe schapenfokkers en vertegenwoordigers van veldorganisaties bezig zijn, waarbij ze verschillende factoren in relevante plaatsen controleren en geografische analyses maken.

    Een van de suggesties van de onderzoekers was om geitenbegrazing aan te moedigen onder mensen die als amateur geiten fokken – oftewel, dorpelingen die als hobby geiten houden,  maar door de ambtenaren vaak buiten beschouwing worden gelaten omdat het om kleine aantallen geiten gaat.

    De onderzoekers vonden dat onder bepaalde voorwaarden, zoals het ontvangen van logistieke of financiële steun, deze fokkers ermee zouden instemmen hun kudden iets uit te breiden en ze te laten grazen rond hun woonwijken. “Zij weten al hoe geiten te fokken, en ze houden ervan, dus waarom niet? We hebben kleine kudden nodig,” zegt Amador.

    De onderzoekers stelden voor om het probleem van ’stallen’ in open gebieden op te lossen door de schuren te plaatsen tegen de grensafscheidingen van landbouwnederzettingen. In een geografische analyse van de Regionale Raad van Mateh Yehuda (Jeruzalem District), vonden de onderzoekers dat geitenbegrazing in bijna alle gebieden waar het nodig is, zou kunnen, zonder beschermde gebieden of natuurreservaten te beschadigen. Dit komt doordat de gemeenschappen daar relatief niet ver uit elkaar liggen.

    Verplaatsbare kudden

    Een ander aspect waar de onderzoekers naar gekeken hebben, is het samenstellen van verplaatsbare kudden. Dit avontuur bestaat nu zo’n tien jaar en is in gang gezet door het JNF in Mateh Yehuda samen met een groep bedoeïenenherders. Elk jaar komen voor een periode van een paar maanden de herders vanuit het noorden van de Negev naar de heuvels van Jeruzalem en verblijven in verplaatsbare onderkomens. In ruil voor het grazen in het gebied, krijgen de eigenaren van de geiten hulp voor hun kudden, zoals subsidies, inentingen, water en bijvoer wanneer dat nodig is.

    De onderzoekers kwamen er ook achter dat er in Noord-Israël potentieel bestaat om verplaatsbare kudden te beginnen, vooral door herders en vrijwilligersorganisaties als HaSjomer HaChadasj (De nieuwe wachter).

    “Het begrip voor hoe belangrijk en nuttig geitenbegrazing is, moet onder de landbouw- en stedelijke gemeenschappen in sommige gebieden versterkt worden,“ zei Amador. “Een verandering is gaande. Op veel plaatsen beginnen gemeenschappen zich te realiseren dat begrazing een meer winstgevende en milieuvriendelijker optie is dan het wegmaaien van de vegetatie en die dumpen op afvalhopen. In plaats daarvan laat je een kudde geiten al het werk doen,” concludeert Amador.

    Over de auteur